Op naar het schavot (deel 1)
“Alles komt goed” waren de bemoedigende woorden van mijn vader. Het deed me vrij weinig. De spanning doordrongen van angst was duidelijk van mijn gezicht af te lezen. Geheel tegen mijn principes in kocht ik vorige week mijn eerste maatpak; je hoort er immers netjes uit te zien. Haar in model, wat parfum, schoenen stofvrij: ik was er eindelijk klaar voor. Ik ging op mijn bed liggen – voor de laatste keer als vrijgezelle man – en dacht terug aan de tijden waarin ik zorgeloos mijn gang kon gaan. Mijn gedachtes aan mooie belevenissen werden gauw verstoord door stress die het handvragen ongetwijfeld met zich mee zich mee zal brengen. Ik spoorde mezelf aan om me te vermannen en met geveinsde zelfverzekerdheid liep ik de woonkamer binnen, waar de hele club al aan het wachten was.
‘Gaan we?’ vroeg ik op een manier waaruit had moeten blijken dat ik dit klusje wel even klaar.
‘Schijn bedriegt!’ riep mijn broer dan ook heel gepast…
Aangekomen bij de flat waar Romaissa woont, begon ik ‘m behoorlijk te knijpen. Het gevoel was te vergelijken met dat van een ongelukkige, op zijn weg naar het schavot: een hard vonnis voor een klein vergrijp, pijn, vernedering en veel publiek. Maar Romaissa was het waard! Met die gedachte troostte ik mezelf. Ik wist dat zij het moest worden, vanaf de eerste keer dat ik haar zag. Ik was destijds versteend blijven staan: ze oogde als een engel. Ons kent ons en elke Marokkaan kon achter de nodige informatie komen die mij dichter bij Romaissa moest brengen. En het lukte me, want ik stond nu voor de deur van het flatgebouw waar zij woonde; het flatgebouw waarvan schotels het beeld bepaalden. De NASA zou er jaloers op zijn!
Voor ik het wist werden we een mooie woonkamer binnengeleid door de broer van Romaissa. Vriendelijk schudde ik alle handen; haar vader moest mijn klamme handdruk hebben opgemerkt. Ellendige zweethand!
‘Mijn zoon wil jouw dochter huwen,’ zei mijn vader als keiharde ijsbreker. Zo kende ik pa wel, gewoon recht door zee, duidelijk en rechtvaardig. Hij voegde er nog aan toe: ‘het huwelijk moet na gestreefd worden volgens de sunnah van onze Profeet (saws), en jouw dochter moet de partner worden van mijn zoon, als het schikt Insha’Allah.’
De woorden van mijn vader waren duidelijk iets te recht door zee gezien de reactie van de man die mijn toekomstige schoonvader moest worden. De wat flegmatieke man antwoordde met gepaste woorden: “inderdaad, als het ons allen schikt”.
We dronken thee, aten koekjes en de ouderen praatten over allerlei typische maar voor mij – als jongeling – belachelijke onderwerpen. Wat boeit mij nou dat de prijs van aardappels en vlees in Marokko een halve Dirham is gestegen? Alsof ik elke week met mijn lijstje het vliegtuig neem om vervolgens daar mijn boodschappen te doen! Zo zie je maar, ieder zijn ding! Zij praten heel ontspannen over die halve Dirham prijsstijging, terwijl ik naar mijn gevoel al uren op hete kolen zit. Mijn geveinsde zelfverzekerdheid brokkelde beetje bij beetje af. Hoe moet ik me gedragen? Hoe zal ik praten? Moet ik überhaupt wat zeggen? Uit ervaring van anderen weet ik dat de vader van het meisje op elk negatief detail let om het daarna vijftigmaal uit te vergroten en vervolgens uit te buiten bij dochterlief.
Perfect gedrag is dus nodig. Haast onmogelijk voor iemand met een heel open karakter, maar ik probeerde het. ‘Ga je dit jaar naar Marokko?’ vroeg Nordin me met een accent dat niet zou misstaan in de serie van Shouf Shouf. Eerlijk als ik ben antwoordde ik: ‘Nee, ik ga naar Turkije, dat heb ik veel liever.’ Terwijl ik het zei had ik door dat het een verkeerd antwoord was. Verbaasde blikken van de vader en broer waren een logisch gevolg op een voor Marokkaanse mannen vreemd antwoord. Het moment was daar, het eerste minpunt was een feit waarop ik de volgende stand op mijn denkbeeldige scorebord noteerde:
Pluspunten: 0 Minpunten: 1
Wordt vervolgd…
